mrt 122013
 

De laatste tijd kom ik nogal eens mensen tegen die problemen hebben waar ze maar niet uit komen. Ze hebben wel werk, maar heel onzeker, voor hoe lang nog en op welk niveau? Ze hebben wel een (zakelijke) partner maar hebben veel onenigheid. Ze willen verhuizen, maar krijgen hun huis niet verkocht. Kortom ze kunnen hun problemen niet meer creatief oplossen en zijn verre van gelukkig. Ik zie sommigen zelfs steeds ongelukkiger worden.

Het doet me denken aan een uitspraak van Neale Donald Walsh, die zegt:

Elke beslissing die je neemt – ja elke – is niet een beslissing over wat je moet doen. Het is een beslissing over wie je bent. Als je dat door hebt, verandert alles. Je gaat op een andere manier naar jezelf en naar je omgeving kijken. Elke gebeurtenis, omstandigheid of situatie wordt plotseling een kans, een gelegenheid om te doen waarvoor je er bent.

We hebben allemaal wel eens het gevoel dat we op een bepaald punt vastzitten: in je loopbaan,  je werk of privé. Dan heb je niet helder welke beslissing je zou moeten nemen. Die onduidelijkheid kan pijnlijk zijn en frustrerend en maakt je danig van streek.

Het probleem waar je dan voor staat is de vraag: Hoe kom ik over mijn dode punt heen als ik niet helder heb wat mijn eerstvolgende stap moet zijn? En ja, dat gebrek aan helderheid kan heel wat spanningen teweeg brengen.
Daar komt nog bij dat dit soort spanning alleen maar olie op het vuur is omdat het precies het tegenovergestelde is van de fysieke conditie die je zou moeten ervaren: een gevoel van geluk en tevredenheid. Je kunt gewoon niet verder zonder eerst aandacht te besteden aan je spanningen.

En dan ga je naar het strand of naar het bos, en je voelt wat je voelt: je bent gespannen, je zit vast en bent gewoon ongelukkig – en je weet dat je iets moet DOEN. Maar wat?

Wat is het antwoord? Gelukkig zijn vereist van je dat je helder kunt zien wat er is en waar je op uit bent. Deze helderheid over je doel is bepalend voor de hoeveelheid levensenergie waar je over kunt beschikken. Weten wat je wilt geeft je de energie om er achteraan te gaan. Terwijl niet weten wat je wilt je energie uitput, je een gespannen gevoel geeft en je ongelukkig maakt.
Diep van binnen, op intuïtief niveau weet je dat al lang.

De vraag is dus: Wat kun je doen als je gespannen bent en helderheid mist? Wat zijn je opties?

Als je bang bent dat je de verkeerde keus maakt, kun je wachten en hopen op de nodige helderheid. Of je kunt proberen om in je hoofd je opties helemaal te doordenken.

Eén manier om hardnekkige besluiteloosheid de baas te worden is gewoon een keus te maken uit al je mogelijke oplossingen. Of je er zeker van bent dat je de juiste keus maakt, doet dan niet ter zake. Je zet gewoon een kleine stap in de richting die het beste lijkt te zijn, ondanks je twijfel of verwarring. Alleen al het nemen van die beslissing zal je helpen de spanning te verminderen en je dichter bij een geluksgevoel brengen.

Er schuilt een grote kracht in handelen, in actie. Beweging in welke richting dan ook maakt je hoofd los van het cement van besluiteloosheid – en het geeft nieuwe informatie en ervaringen. Actie zorgt voor golven van energie en verandering. En aangezien het leven volstrekt onvoorspelbaar is, weet je nooit hoe jouw situatie zal veranderen als je eenmaal wat actie-energie in beweging zet.

Het probleem waar veel mensen tegenaan lopen is echter: Kan ik het aan om in actie te komen zonder te weten of het de juiste of de beste actie is? Op die vraag kun je alleen zelf het antwoord geven.
Wat ik in mijn eigen achtbaan van het leven heb geleerd is: luisteren naar mijn intuïtie en het antwoord dat ik krijg zo goed mogelijk in evenwicht brengen met mijn precieze, rationele analyse van de situatie waar ik voor sta. En dan kom ik in actie!

Nu ben jij aan zet! Zelfs als je de verkeerde keus maakt, dan nog zul je tenminste een beetje actie-energie opwekken en loskomen van het pijnlijke, geestdodende cement van besluiteloosheid.

Mocht het – ondanks alles – niet in je eentje lukken om in actie te komen, kunnen we samen kijken wat ik voor je kan doen.

nov 202012
 

Voor een echte bijdrage aan een gesprek is het belangrijk dat jij zegt wat er te zeggen is. Dat lukt vaak beter als je daartoe wordt uitgenodigd of als je er expliciet toestemming voor krijgt. Dan voel je je vrijer om je kwetsbaar op te stellen.

Eind 2011 promoveerde Patrick Vermeulen (GITP) op een onderzoek naar de succesfactoren van overleg. Hij ontdekte dat overlegvormen vaak een positief effect hebben op de communicatie, op het draagvlak, de kwaliteit van besluiten en op de motivatie en prestaties. “Dat is mooi,” kun je zeggen, “laten we dan vooral veel overleggen”. Nou, dat is precies wat er bij veel bedrijven en organisaties gebeurt, te veel soms.

Maar zo simpel is het niet, want het positieve effect van het overleg doet zich alleen voor als de aanwezigen actief deelnemen. Dat bereik je niet automatisch door een overleg in te stellen. Daarmee bied je de aanwezigen alleen maar de gelegenheid om actief deel te nemen. Of ze die gelegenheid ook aangrijpen is volgens Vermeulen afhankelijk van veel factoren. Groepsnormen, steun van collega’s en leidinggevenden en persoonlijkheid blijken een grote rol te spelen.

Deze drie factoren vat ik samen als toestemming: mensen uiten zich pas in een overleg als ze hiervoor toestemming hebben. Je kunt het ook consent noemen of fiat, inwilliging, akkoord, goedkeuring, permissie, toelating of vergunning. Allemaal woorden die je uitnodigen om te vertellen wat je op je hart hebt, die je uitnodigen om actief deel te nemen, om je bijdrage te leveren.

Toestemming kun je krijgen van jezelf en van anderen die al dan niet in het overleg aanwezig zijn. De toestemming van jezelf heb je in beginsel altijd nodig en soms heb je ook toestemming van anderen nodig. En naarmate de drempel hoger is of het is moeilijker voor je om je bijdrage te leveren, heb je meer (bewust) behoefte aan die toestemming. Dat kan bijvoorbeeld zijn als je voor het eerst meedoet in een groep, als je een afwijkende mening hebt, als je slecht nieuws brengt, als je twijfelt of jouw bijdrage op prijs wordt gesteld etc.

Veel mensen vinden het vreemd en onvolwassen als iemand toestemming nodig heeft om te handelen. Ze wijzen het af bij anderen en willen vaak niet geloven dat zij net zo goed toestemming nodig hebben.
Laten we eerst eens kijken naar de toestemming die jij nodig hebt van jezelf.

Toestemming van jezelf
Mensen ontwikkelen in de loop van hun leven allerlei patronen die steeds meer vastgeroest raken naarmate ze ouder worden. Je herkent dat waarschijnlijk wel als je bijvoorbeeld elke avond om 6 uur honger krijgt of als je de eerste stap op de trap altijd met je linkervoet zet. Dat zijn gedragspatronen.

Hetzelfde geldt voor ons denken. Patronen in ons denken zie je in opvattingen, overtuigingen, meningen, normen, afspraken, standpunten, visies, keuzes etc. Je ontwikkelt ze door conditionering: pas als je voldoet aan bepaalde voorwaarden (condities) bereik je de gewenste resultaten. Je moet dus eerst iets doen voordat je je ‘beloning’ krijgt.
Zo denken sommige mensen bijvoorbeeld dat je heel precies moet zijn om waardering te krijgen van anderen, dat je met een net pak een goede indruk maakt bij je leidinggevende, dat je hard moet werken om je salaris te verdienen, etc. Of het waar is of niet, als hun gedachte vaak genoeg wordt bevestigd, leren ze dat ze geen ‘beloning’ krijgen als ze onnauwkeurig werken, een spijkerbroek dragen of af en toe op tijd naar huis gaan.

Het (geconditioneerde) gedrag dat leidt naar het gewenste resultaat keuren we goed, terwijl we al het andere gedrag afwijzen. Om het beslisproces te versnellen hanteren we normen, maken we afspraken, hebben we overtuigingen en standpunten, delen we een visie etc. Uiteindelijk maken we razend snelle afwegingen om bepaalde dingen wel en andere dingen niet te doen.

Zo raken we er aan gewend om onszelf toestemming te geven. We ‘mogen’ doen wat past binnen onze normen. Wat daarbuiten valt wijzen we af. Daar krijgen we van onszelf geen toestemming voor.
Zodra we beslissingen nemen op de automatische piloot bepalen onze denkpatronen ons handelen.

Ter illustratie een paar voorbeelden:

  • De overtuiging “je moet mensen met respect behandelen” maakt dat je open staat voor ieders mening en dat je in een overleg graag doorvraagt om precies te snappen wat iemand bedoelt. Je doet niets dat in strijd is met je overtuiging, dus je onderbreekt niemand, je neemt geen besluiten zonder de anderen te horen, je veroordeelt niemand, je wijst niemand af etc.
  • De norm “wat ik doe moet goed zijn” maakt dat je zorgvuldig bent in wat je doet en zegt en dat je geen half werk levert. Daardoor ben jij veel tijd kwijt met overleggen.
  • Het motto ‘afspraak is afspraak’ geeft je geen ruimte om te laat te komen als je met elkaar hebt afgesproken om op tijd te beginnen.
  • De gedachte “ik heb iets wezenlijks toe te voegen” geeft je toestemming om (altijd) je mening te geven. Je hebt misschien moeite om naar anderen te luisteren.

Ook al zie je in dat het soms beter is om je eigen norm los te laten of van je overtuiging af te stappen, dat zal niet altijd lukken. Het kost je in elk geval veel moeite. Zonder stimulans van buiten om het anders te doen hou je vast aan je eigen norm, daar ben je aan gehecht. Je houdt vast totdat anderen, zoals je collega’s, je expliciet toestemming geven of je zelfs uitnodigen om het deze keer anders te doen. Je blijft natuurlijk wel binnen je eigen grenzen.

Reflectievraag: in hoeverre geef jij jezelf toestemming om datgene te doen wat je eigenlijk zou willen? Mag jij veel van jezelf of ben jij streng voor jezelf?

Suggestie: doorbreek jouw patroon eens door jezelf toestemming te geven voor een kleine verandering of voor een heel nieuwe aanpak. Stap uit je comfortzone en ervaar hoe het daarbuiten is. Je zult zien dat het meestal erg meevalt.
Ik ben benieuwd naar je ervaringen.