nov 202012
 

Voor een echte bijdrage aan een gesprek is het belangrijk dat jij zegt wat er te zeggen is. Dat lukt vaak beter als je daartoe wordt uitgenodigd of als je er expliciet toestemming voor krijgt. Dan voel je je vrijer om je kwetsbaar op te stellen.

Eind 2011 promoveerde Patrick Vermeulen (GITP) op een onderzoek naar de succesfactoren van overleg. Hij ontdekte dat overlegvormen vaak een positief effect hebben op de communicatie, op het draagvlak, de kwaliteit van besluiten en op de motivatie en prestaties. “Dat is mooi,” kun je zeggen, “laten we dan vooral veel overleggen”. Nou, dat is precies wat er bij veel bedrijven en organisaties gebeurt, te veel soms.

Maar zo simpel is het niet, want het positieve effect van het overleg doet zich alleen voor als de aanwezigen actief deelnemen. Dat bereik je niet automatisch door een overleg in te stellen. Daarmee bied je de aanwezigen alleen maar de gelegenheid om actief deel te nemen. Of ze die gelegenheid ook aangrijpen is volgens Vermeulen afhankelijk van veel factoren. Groepsnormen, steun van collega’s en leidinggevenden en persoonlijkheid blijken een grote rol te spelen.

Deze drie factoren vat ik samen als toestemming: mensen uiten zich pas in een overleg als ze hiervoor toestemming hebben. Je kunt het ook consent noemen of fiat, inwilliging, akkoord, goedkeuring, permissie, toelating of vergunning. Allemaal woorden die je uitnodigen om te vertellen wat je op je hart hebt, die je uitnodigen om actief deel te nemen, om je bijdrage te leveren.

Toestemming kun je krijgen van jezelf en van anderen die al dan niet in het overleg aanwezig zijn. De toestemming van jezelf heb je in beginsel altijd nodig en soms heb je ook toestemming van anderen nodig. En naarmate de drempel hoger is of het is moeilijker voor je om je bijdrage te leveren, heb je meer (bewust) behoefte aan die toestemming. Dat kan bijvoorbeeld zijn als je voor het eerst meedoet in een groep, als je een afwijkende mening hebt, als je slecht nieuws brengt, als je twijfelt of jouw bijdrage op prijs wordt gesteld etc.

Veel mensen vinden het vreemd en onvolwassen als iemand toestemming nodig heeft om te handelen. Ze wijzen het af bij anderen en willen vaak niet geloven dat zij net zo goed toestemming nodig hebben.
Laten we eerst eens kijken naar de toestemming die jij nodig hebt van jezelf.

Toestemming van jezelf
Mensen ontwikkelen in de loop van hun leven allerlei patronen die steeds meer vastgeroest raken naarmate ze ouder worden. Je herkent dat waarschijnlijk wel als je bijvoorbeeld elke avond om 6 uur honger krijgt of als je de eerste stap op de trap altijd met je linkervoet zet. Dat zijn gedragspatronen.

Hetzelfde geldt voor ons denken. Patronen in ons denken zie je in opvattingen, overtuigingen, meningen, normen, afspraken, standpunten, visies, keuzes etc. Je ontwikkelt ze door conditionering: pas als je voldoet aan bepaalde voorwaarden (condities) bereik je de gewenste resultaten. Je moet dus eerst iets doen voordat je je ‘beloning’ krijgt.
Zo denken sommige mensen bijvoorbeeld dat je heel precies moet zijn om waardering te krijgen van anderen, dat je met een net pak een goede indruk maakt bij je leidinggevende, dat je hard moet werken om je salaris te verdienen, etc. Of het waar is of niet, als hun gedachte vaak genoeg wordt bevestigd, leren ze dat ze geen ‘beloning’ krijgen als ze onnauwkeurig werken, een spijkerbroek dragen of af en toe op tijd naar huis gaan.

Het (geconditioneerde) gedrag dat leidt naar het gewenste resultaat keuren we goed, terwijl we al het andere gedrag afwijzen. Om het beslisproces te versnellen hanteren we normen, maken we afspraken, hebben we overtuigingen en standpunten, delen we een visie etc. Uiteindelijk maken we razend snelle afwegingen om bepaalde dingen wel en andere dingen niet te doen.

Zo raken we er aan gewend om onszelf toestemming te geven. We ‘mogen’ doen wat past binnen onze normen. Wat daarbuiten valt wijzen we af. Daar krijgen we van onszelf geen toestemming voor.
Zodra we beslissingen nemen op de automatische piloot bepalen onze denkpatronen ons handelen.

Ter illustratie een paar voorbeelden:

  • De overtuiging “je moet mensen met respect behandelen” maakt dat je open staat voor ieders mening en dat je in een overleg graag doorvraagt om precies te snappen wat iemand bedoelt. Je doet niets dat in strijd is met je overtuiging, dus je onderbreekt niemand, je neemt geen besluiten zonder de anderen te horen, je veroordeelt niemand, je wijst niemand af etc.
  • De norm “wat ik doe moet goed zijn” maakt dat je zorgvuldig bent in wat je doet en zegt en dat je geen half werk levert. Daardoor ben jij veel tijd kwijt met overleggen.
  • Het motto ‘afspraak is afspraak’ geeft je geen ruimte om te laat te komen als je met elkaar hebt afgesproken om op tijd te beginnen.
  • De gedachte “ik heb iets wezenlijks toe te voegen” geeft je toestemming om (altijd) je mening te geven. Je hebt misschien moeite om naar anderen te luisteren.

Ook al zie je in dat het soms beter is om je eigen norm los te laten of van je overtuiging af te stappen, dat zal niet altijd lukken. Het kost je in elk geval veel moeite. Zonder stimulans van buiten om het anders te doen hou je vast aan je eigen norm, daar ben je aan gehecht. Je houdt vast totdat anderen, zoals je collega’s, je expliciet toestemming geven of je zelfs uitnodigen om het deze keer anders te doen. Je blijft natuurlijk wel binnen je eigen grenzen.

Reflectievraag: in hoeverre geef jij jezelf toestemming om datgene te doen wat je eigenlijk zou willen? Mag jij veel van jezelf of ben jij streng voor jezelf?

Suggestie: doorbreek jouw patroon eens door jezelf toestemming te geven voor een kleine verandering of voor een heel nieuwe aanpak. Stap uit je comfortzone en ervaar hoe het daarbuiten is. Je zult zien dat het meestal erg meevalt.
Ik ben benieuwd naar je ervaringen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

1.469 Spam Comments Blocked so far by Spam Free Wordpress

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>